Originele voetenbakjes voor mijn fietstrappers zijn duur, 200 euro per stuk ('diefstal', aldus onze fietsenmaker), en geen hond wil dat bedrag vergoeden. Dat moet anders kunnen. Met googelen kom ik er niet uit. Na enig aandringen brengt Man de fiets dus bij de plaatselijke rijwielhersteller, die er wel brood in ziet. Brood voor op de plank vermoedelijk ook, want hij gaat plankjes op de pedalen fabriceren en daar een voetenbakje op monteren.
Voetenbakjes voor volwassenen kan de fietsmaker niet leveren, maar nadat Man één van mijn schoenen heeft opgehaald, denkt hij met de grootste kindermaten uit de voeten-bakjes te kunnen. Na een paar dagen komt de fiets terug, gewapend met malle flappen op de trappers: een simpel houten plankje met daarop een plastic bakje gemonteerd. Kosten: vijftig euro voor twee.
Het idee is goed, de uitvoering vooralsnog minder. Tijdens het fietsen tippen de plankjes het plaveisel aan en de bakjes zitten te ver naar achteren, waardoor ik met de tenen moet trappen in plaats van met de bal van de voet. Het kwalijkste struikelblok is echter dat bij achterwaarts manoeuvreren met de voeten op de grond, de plankjes door de zwaartekracht haaks op de straatstenen klappen en zo het achteruitrollen blokkeren.

Flappers voordat die ingekort werden

Plankgas
Ik verwacht dat alle drie de bezwaren ondervangen kunnen worden door de bakjes een paar centimeters naar voren te plaatsen. Man doet het zelf, en de volgende dag ga ik samen met mijn allround fysiotherapeute na het loopkwartiertje de flappers-nieuwe stijl uitproberen. Inderdaad zijn alle drie de mankementen door het verplaatsen verholpen. Wel kost het door de puntige plankconstuctie extra moeite om mijn onderbenen boven de bakjes te krijgen en goed neer te zetten. Er weer vanaf halen gaat zo mogelijk nog moeilijker. Trippelen met de driewieler is evenwel weer mogelijk, zij het met mate. Het blijft oppassen geblazen bij het rangeren met die uit de kluiten gewassen Donald Duckzwemvliezen. Het vergt onvermijdelijk nog enige oefening eer ik met ongeschonden schenen en kuiten met en van de fiets stap!
Tot slot fiets ik een stukje met de fysio mee als ze weer richting praktijk trekt. Het is de eerste dag met lenteachtige temperaturen en het toeren bevalt me wel weer. Na een klein rondje (vooral niet overmoedig worden) keer ik terug naar huis, waar het lentegevoel nog aangewakkerd wordt door het gemekker van ons pasgeboren lammetje. De manoeuvreermogelijkheden met de flappers krijgen de puddingproef als ik achter huis op een door woldragers omgestoten ton wortelen stuit en probeer vanaf de fiets de penen weer in de ton te krijgen. Driewielwortelwerpen blijkt niet mijn sterkste kant, zeker niet met een nieuwsgierig lammetje dat steeds rond en onder het rijwiel door dartelt.
Opeens zakt het beestje, midden onder de splinternieuwe flappers, ook nog spontaan door zijn poten en klapt met een plof het kopje neer. Letterlijk in slaap gevallen. Ook voor mij is dit even een rustpunt; het dier reageert niet eens op zachtjes duwen met de neus van mijn schoenen. Na een tijdje klinkt het dringende geblaat van het oude schaap en veert het lammetje overeind. Hij worstelt zich uit zijn benarde positie en spoedt zich naar zijn moeder, op zoek naar de melktap.
Nu ik verlost ben, til ik met beide handen in de knieholte mijn voeten weer op de trapperplankjes en peddel terug richting huisdeur. Goedkeurend constateer ik dat ik komende keren weer veilig op eigen houtje(s) de weg op kan.


